ECLI:NL:RVS:2023:3406
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- J. Hoekstra
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tracébesluit PHS Nijmegen en westentree vanwege milieu- en veiligheidsaspecten
Bij besluit van 29 april 2022 stelde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tracébesluit 'PHS Nijmegen en westentree' vast, gericht op aanpassingen rond station Nijmegen voor hoogfrequent spoorvervoer. Appellanten uit Nijmegen voerden beroep aan tegen dit besluit, met bezwaren over geluidshinder, lichthinder, fijnstof, trilling, ontsluiting, veiligheid en het ontbreken van aanvullende maatregelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde de beroepsgronden afzonderlijk. Ten aanzien van geluidhinder stelde de Afdeling vast dat het tracébesluit alleen fysieke spooraanpassingen mogelijk maakt, terwijl milieueffecten zoals geluid en licht via een aparte omgevingsvergunning worden gereguleerd. Het akoestisch onderzoek toonde aan dat geluidwaarden, ook in de nacht, binnen richt- en grenswaarden blijven en dat aanvullende maatregelen in de omgevingsvergunning kunnen worden opgelegd.
Ook de geluidbelasting door doorgaand treinverkeer blijft binnen de geldende geluidproductieplafonds (GPP’s). Appellanten konden niet aantonen dat deze GPP’s onjuist of niet actueel zijn. Lichthinder en fijnstof werden eveneens onderzocht, waarbij de Afdeling concludeerde dat de effecten beperkt zijn en binnen wettelijke normen blijven. Veiligheidszorgen over een hogedrukgasleiding nabij een woning werden niet gegrond verklaard, mede omdat het tracébesluit geen wijzigingen ter plaatse inhoudt.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris voldoende inzicht had in de milieueffecten en dat het tracébesluit niet in strijd is met het recht. De beroepen werden ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het tracébesluit PHS Nijmegen en westentree worden ongegrond verklaard.