ECLI:NL:RVS:2023:3321
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving zoon in basisregistratie personen door gemeente Rotterdam
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot weigering van inschrijving van haar zoon in de basisregistratie personen (brp) ongegrond verklaarde.
De zoon van appellant stond tot 21 oktober 2019 ingeschreven op een adres in Rotterdam, maar werd uitgeschreven omdat hij onderwijs volgde in Marokko. Appellant deed in september en november 2020 aangifte van hervestiging van haar zoon op hetzelfde adres, maar het college weigerde de inschrijving omdat naar redelijke verwachting niet werd voldaan aan het vereiste dat de zoon ten minste twee derde van de tijd gedurende een half jaar in Nederland zou verblijven.
De rechtbank oordeelde dat het college bij het tweede besluit voldoende onderzoek had gedaan en dat het vertrek van de zoon naar Marokko vanaf 4 december 2020 tot 14 juni 2021 betekende dat niet aan het verblijfvereiste werd voldaan. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het eerste besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving in de basisregistratie personen wordt bevestigd.