ECLI:NL:RVS:2023:3272
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 23 april 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 mei 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Dit hogerberoepschrift werd echter na de uiterste termijn van 22 mei 2023 ingediend. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde redenen voor de late indiening onvoldoende waren om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.
Daarnaast zag de Afdeling bestuursrechtspraak ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.