ECLI:NL:RVS:2023:3229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning zonneveld Woensdrecht wegens ontbreken vooroverleg
Het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht verleende op 18 november 2020 een omgevingsvergunning voor het tijdelijk realiseren van een zonneveld op percelen ten zuidwesten van Woensdrecht voor 25 jaar. Gedeputeerde staten van Noord-Brabant maakten bezwaar tegen het besluit en stelden dat het college geen vooroverleg had gevoerd zoals vereist volgens het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van gedeputeerde staten ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank ten onrechte het ontbreken van vooroverleg buiten beschouwing liet.
De Afdeling stelt vast dat het college verplicht was vooroverleg te voeren met gedeputeerde staten vóórdat het ontwerpbesluit ter inzage werd gelegd, maar dit niet heeft gedaan. Hoewel er ambtelijk overleg was, ontbrak het bestuurlijk vooroverleg. Dit is een procedureel gebrek, maar de Afdeling past artikel 6:22 Awb Pro toe en passeert het gebrek omdat gedeputeerde staten niet zijn benadeeld: zij konden zienswijzen indienen en beroep instellen. De Afdeling beoordeelt verder de inhoudelijke bezwaren van gedeputeerde staten over de cultuurhistorische waarden van het gebied en concludeert dat het college een zorgvuldige en deugdelijk gemotiveerde afweging heeft gemaakt, waarbij de cultuurhistorische waarden zijn betrokken.
De Afdeling oordeelt dat het zonneveld de cultuurhistorische waarden zoals openheid van de Zuidpolder en zichtbaarheid van de Agger in enige mate aantast, maar dat dit door de landschappelijke inpassing beperkt blijft en niet leidt tot strijd met het provinciaal en gemeentelijk beleid. Het hoger beroep van gedeputeerde staten is gegrond voor wat betreft het ontbreken van het vooroverleg, maar het beroep op de inhoudelijke gronden wordt ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van gedeputeerde staten tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens ontbreken van vooroverleg, maar het beroep van gedeputeerde staten tegen de vergunning wordt ongegrond verklaard.