ECLI:NL:RVS:2023:31
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling, een Turkse man, vroeg asiel aan vanwege intimidaties op grond van zijn politieke overtuiging. De staatssecretaris wees zijn aanvraag op 11 augustus 2020 af, waarna de rechtbank dit besluit op 15 juni 2022 bevestigde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank zich onterecht beperkte tot de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht bij het uiten van zijn politieke overtuiging, terwijl zij alle beroepsgronden had moeten toetsen. Tevens oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de staatssecretaris volgde dat van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, terwijl het relaas van de vreemdeling geloofwaardig was en voldoende aanwijzingen bevatte van intimidatie.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris niet adequaat heeft gereageerd op het betoog van de vreemdeling over de zorgvuldigheid van de besluitvorming, waardoor het besluit een motiveringsgebrek vertoont. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval een nieuwe besluitvorming. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.