ECLI:NL:RVS:2023:2922
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel en vernietiging nieuw besluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 augustus 2019 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken. Vervolgens verleende de staatssecretaris op 14 mei 2020 een nieuwe verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, maar de rechtbank verklaarde dit besluit vernietigd en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris in het intrekkingsbesluit moet bepalen of een nieuwe asielvergunning wordt verleend op basis van de juiste identiteitsgegevens, zonder dat een nieuwe aanvraag noodzakelijk is.
De Afdeling bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.