ECLI:NL:RVS:2023:2802

Raad van State

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
202301971/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 oktober 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure deelde de staatssecretaris mee dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling bevestigde dat hij geen contact meer had en niet op de hoogte was van diens verblijfplaats. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep.

Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskosten toe aan de staatssecretaris af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 juli 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

202301971/1/V1.
Datum uitspraak: 19 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 1 maart 2023 in zaak nr. NL22.22192 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 1 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De gemachtigde van de vreemdeling heeft daar desgevraagd op gereageerd.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 16 juni 2023 laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. Uit de reactie van de gemachtigde van de vreemdeling blijkt dat hij niet op de hoogte is van diens verblijfplaats en sinds zijn vertrek geen contact meer met hem heeft gehad. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft hij geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schuurman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2023
488-1061