ECLI:NL:RVS:2023:2775
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens geen Wob-verzoek op inzage documenten en audio-opname
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de commissie op zijn verzoek om openbaarmaking van documenten en een audio-opname van een hoorzitting op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen Wob-verzoek is, aangezien het verzoek verband houdt met een procedure waarin appellant belanghebbende is. Dit vormt een uitzondering op de hoofdregel dat een verzoek om informatie via documenten een Wob-verzoek is.
Appellant voerde aan dat de commissie niet onafhankelijk handelde en dat de rechtbank onzorgvuldig was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd en juist heeft geoordeeld. De gevraagde documenten lagen ter inzage volgens artikel 7:4 Awb Pro en eventuele onvolledigheden hadden in de handhavingsprocedure aan de orde moeten worden gesteld.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De commissie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.