ECLI:NL:RVS:2023:2743

Raad van State

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
202304002/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen vier weken een nieuw besluit moest nemen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vergt, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 30 maart 2023 en eerdere zaken over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije.

Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202304002/2/V3.
Datum uitspraak: 17 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 20 juni 2023 in zaak nr. NL23.14514 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 20 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen vier weken een nieuw besluit neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       In het licht van het arrest van het Hof van Justitie van 30 maart 2023, ECLI:EU:C:2023:272, en de zaken die de Afdeling op 18 april 2023 op zitting heeft behandeld, nrs. 202204655/1/V3, 202205945/1/V3, 202206794/1/V3 en 202206798/1/V3, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, vergt het hoger beroep nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2023
18-985