ECLI:NL:RVS:2023:256
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 24 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling, mede voor haar minderjarige kind, stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij werd verwezen naar het eerdere oordeel in de zaak van de partner van de vreemdeling, die een nieuwe asielaanvraag kan indienen met originele documenten.
Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering achterwege bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.