ECLI:NL:RVS:2023:256

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
202207272/1/V2 en 202207272/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 24 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling, mede voor haar minderjarige kind, stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2022 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij werd verwezen naar het eerdere oordeel in de zaak van de partner van de vreemdeling, die een nieuwe asielaanvraag kan indienen met originele documenten.

Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering achterwege bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202207272/1/V2 en 202207272/2/V2.
Datum uitspraak: 23 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 14 december 2022 in zaak nr. NL22.5129 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Zoals de rechtbank al heeft overwogen in de zaak van de partner van de vreemdeling en vader van haar minderjarige kind, van wiens asielmotieven zij afhankelijk stellen te zijn, kan de partner van de vreemdeling de alsnog in beroep ontvangen originele documenten aan een nieuwe asielaanvraag ten grondslag leggen als hij meent dat hij nu wel in staat is om een complete aanvraag in te dienen.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2023
363-979