ECLI:NL:RVS:2023:249
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing ligplaats nemen langs droogdok in de Maas vanwege vaarwegveiligheid
De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland weigerde op 16 december 2019 een ontheffing aan [appellant sub 1] en anderen om een vaartuig van maximaal 130 m lang en 12 m breed langs een droogdok aan de Maas af te meren. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank Oost-Brabant op 14 januari 2021, die tevens de minister veroordeelde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogden [appellant sub 1] en anderen dat de belangenafweging onjuist was, dat het Ligplaatsenbeleid ruimte bood voor ontheffing en dat eerdere adviezen en gesprekken een gerechtvaardigd vertrouwen op ontheffing gaven. De Raad van State oordeelde dat de hoofdingenieur-directeur terecht de belangen van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer zwaarder heeft gewogen dan het bedrijfsbelang van de scheepswerf.
De Raad van State verwierp het beroep van [appellant sub 1] en anderen en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. De rechtbank had ten onrechte de minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding omdat het nautisch advies geen extern advies was in de zin van de Awb. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht veroordeelde, en voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De ontheffing voor het afmeren langs het droogdok wordt geweigerd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.