ECLI:NL:RVS:2023:2389
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 november 2022 het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat nadere motivering achterwege kon blijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is besloten dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft de afwijzing van de aanvraag van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.