ECLI:NL:RVS:2023:2362
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 11 januari 2023 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat volgens hem Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit en de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de Italiaanse 'circular letter' slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormde en dat Italië nog steeds de verantwoordelijke lidstaat was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de berichtgeving van de Italiaanse autoriteiten aantoont dat er geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn voor Dublinclaimanten in Italië, waardoor een reëel risico bestaat dat deze vreemdelingen in ernstige materiële deprivatie terechtkomen.
De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat Italië nog aan zijn internationale verplichtingen zou voldoen. Daarom mocht hij niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan en was het besluit onrechtmatig. De grief van de staatssecretaris faalde, het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.