ECLI:NL:RVS:2023:2258
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 april 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling voerde aan dat hij niet tegenstrijdig had verklaard over het moment waarop hij was gestopt met geloven in de islam. De Raad van State oordeelde dat hoewel deze grief terecht was, dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank kon leiden omdat de overige bezwaren van de staatssecretaris standhielden. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de gestelde bekering van de vreemdeling ongeloofwaardig was.
Verder werden geen andere gronden gevonden die tot vernietiging konden leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.