ECLI:NL:RBDHA:2023:5860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bekering tot christendom en onvoldoende risico op vervolging in Gambia
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel en tegen de afwijzing van deze aanvraag. Hij stelde dat hij Gambia moest ontvluchten vanwege problemen na zijn bekering tot het christendom en een relatie met een christelijk meisje.
De staatssecretaris heeft de geloofwaardigheid van de bekering en de daaruit voortvloeiende problemen betwijfeld vanwege inconsistente, summiere en oppervlakkige verklaringen van eiser. Er is rekening gehouden met zijn achtergrond, leeftijd en laaggeletterdheid, maar eiser kon onvoldoende authentiek en gedetailleerd zijn bekering toelichten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is geworden omdat het besluit alsnog is genomen. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging in Gambia. Tevens krijgt eiser een vergoeding van €418,50 aan proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.