ECLI:NL:RVS:2023:2221
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onrechtmatige handhaving toepassing thermisch gereinigde grond in zeedijken Perkpolder
In het kader van het project Natuurcompensatie Perkpolder heeft Van Oord Nederland B.V. in opdracht van de Staat nieuwe primaire waterkeringen aangelegd waarbij thermisch gereinigde grond (TGG) werd toegepast. Het college van burgemeester en wethouders van Hulst legde de Staat een last onder dwangsom op om maatregelen te nemen tegen bodem- en waterverontreiniging door TGG.
De Staat en anderen, evenals appellanten, stelden beroep in tegen het besluit waarbij het bezwaar tegen deze last onder dwangsom werd afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en overwogen dat de Staat ten tijde van de toepassing van TGG niet wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit tot bodemverontreiniging zou leiden, mede omdat TGG onder productcertificaat was geleverd.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte had geconcludeerd dat de Staat artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 7 van Pro het Besluit bodemkwaliteit had overtreden. Hierdoor was het college niet bevoegd om handhavend op te treden en de last onder dwangsom op te leggen. Het besluit op bezwaar werd vernietigd, het primaire besluit herroepen en het verzoek om handhaving afgewezen, waarmee de handhavingsprocedure werd beëindigd.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten. Hiermee bevestigde de Afdeling dat de zorgplicht uit de genoemde wetsartikelen niet was geschonden door de Staat bij de toepassing van TGG in de zeedijken van de Perkpolder.
Uitkomst: De last onder dwangsom tegen de Staat wegens toepassing van thermisch gereinigde grond in de Perkpolder is vernietigd en het verzoek om handhaving afgewezen.