ECLI:NL:RVS:2023:207
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende de vergunning uiteindelijk op 20 juli 2022, maar zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op 28 september 2022.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn. Bovendien is de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord, met name over de toepassing van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 18 januari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.