ECLI:NL:RVS:2023:2065
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af omdat de identiteit en nationaliteit niet met voldoende zekerheid konden worden vastgesteld. Appellante overlegde verschillende documenten, waaronder een Guinees paspoort en meerdere rechterlijke uitspraken met bijbehorende geboorteaktes, waarvan de legalisaties door het Bureau Documenten als vals of frauduleus werden beoordeeld.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de authenticiteit van bepaalde documenten en legalisaties niet erkende, en dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had waarom het vrijstellingsbeleid voor Ranov-vergunninghouders niet op haar van toepassing was. Ook stelde zij dat sprake was van bewijsnood en dat de staatssecretaris had moeten horen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank en staatssecretaris terecht concludeerden dat de overgelegde documenten onvoldoende betrouwbaar waren. De valse legalisaties en frauduleus verkregen verklaringen ondermijnden de bewijswaarde. Het vrijstellingsbeleid voor Ranov-vergunninghouders was niet van toepassing omdat appellante niet tot die groep behoorde. Ook was geen sprake van bewijsnood omdat appellante niet had aangetoond dat zij alles had gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen. Het verzoek tot horen werd afgewezen omdat appellante onvoldoende nieuwe of overtuigende informatie aanvoerde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarmee het verzoek om naturalisatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot naturalisatie afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over identiteit en nationaliteit.