ECLI:NL:RVS:2023:2021
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening bestuurlijke boete Wet kinderopvang wegens beroepskracht-kindratio en PRK-koppeling
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan een kinderdagverblijf een bestuurlijke boete van €32.000 op wegens overtredingen van de Wet kinderopvang, met name de beroepskracht-kindratio en het ontbreken van een koppeling in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €27.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep van het college gegrond en stelde de boete zelf vast op €12.000.
Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, terwijl de houder van het kinderdagverblijf incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde dat het college in beginsel mocht uitgaan van de door de houder aangeleverde administratie, en dat de verklaringen van beroepskrachten onvoldoende waren om het vermoeden van overtreding te weerleggen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor de overtredingen die de rechtbank niet bewezen achtte en verklaarde het beroep van het college ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van de houder werd gegrond verklaard, waarbij de boete voor de overtreding op 16 augustus 2019 werd gematigd van €5.000 naar €2.500 en de boete voor de koppeling in het PRK werd vernietigd. Het totale boetebedrag werd vastgesteld op €22.500. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd naar €22.500, het besluit deels vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.