ECLI:NL:RVS:2023:199
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen lagere uitkering schadefonds geweldsmisdrijven
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven kende aan appellante een uitkering toe van € 2.500 op basis van huiselijk geweld in letselcategorie 2. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychisch letsel ernstiger was en dat zij recht had op indeling in letselcategorie 3, waarvoor een diagnose en een behandeling van minimaal zeventien sessies vereist zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat de overgelegde verklaringen geen diagnose bevatten en geen bewijs van behandeling. Appellante overhandigde nadien aanvullende stukken, waaronder een verklaring van een schoolafdelingsleider en een ontwikkelingsperspectiefplan, maar deze betroffen een time-out vanwege vechtincidenten en sociaal-emotionele ondersteuning, geen behandeling van psychisch letsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beleid van het schadefonds rechtmatig is en dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs leveren voor toekenning van letselcategorie 3. Er zijn ook geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere uitkering in letselcategorie 2 bevestigd.