ECLI:NL:RVS:2023:1900

Raad van State

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
202302475/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gemotiveerd verweer tegen rechtbankuitspraak

De vreemdeling werd door Vluchtelingenwerk Nederland geïnformeerd over een woningaanbod op 6 oktober 2022, welke hij weigerde. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) nodigde hem daarop uit voor een gesprek over deze weigering. De rechtbank Den Haag verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze brieven.

De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter, in het hoger beroep gaf hij geen inhoudelijke motivering waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, zoals vereist volgens artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

Daarom kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 17 mei 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd verweer tegen de rechtbankuitspraak.

Uitspraak

202302475/1/V1.
Datum uitspraak: 17 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2023 in zaak nr. 22/6254 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij brief van 19 september 2022 heeft Vluchtelingenwerk Nederland aan de vreemdeling meegedeeld dat hij op 6 oktober 2022 om 11.00 uur wordt verwacht bij de aan hem voorgedragen woning.
Op 6 oktober 2022 heeft de vreemdeling die woning geweigerd.
Bij brief van 21 oktober 2022 heeft het COa de vreemdeling uitgenodigd voor een gesprek over die weigering.
Bij uitspraak van 15 maart 2023 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door de vreemdeling tegen die brieven ingestelde beroep kennis te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Görsültürk, advocaat te Oss, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023
941