ECLI:NL:RVS:2023:1839
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen last gebruik pand voor bewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Velsen heeft [appellante], ondererfpachter en exploitant van een pand, gelast het gebruik van het pand voor bewoning te staken wegens strijd met het bestemmingsplan "Spaarnwoude". Na meerdere verlengingen van de begunstigingstermijn en een ongegrond verklaard bezwaar, stelde [appellante] beroep in tegen het handhavingsbesluit.
De rechtbank oordeelde dat geen aanvraag om een omgevingsvergunning was gedaan, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend. In hoger beroep stond centraal of de brief van 9 december 2019 van [appellante] als een zodanige aanvraag kon worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de brief niet voldoet aan de eisen voor een aanvraag zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De brief was onderdeel van een handhavingsprocedure en bevatte geen ondubbelzinnig verzoek om een omgevingsvergunning. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.