ECLI:NL:RVS:2023:1761
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen schadevergoeding bij voortduring bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 3 december 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen de voortduring van deze bewaring en diende beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 januari 2023 het beroep gegrond verklaarde en tevens een schadevergoeding toekende aan de vreemdeling.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroep zich uitsluitend richtte op de toegekende schadevergoeding. Op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 is hoger beroep tegen een beslissing over schadevergoeding niet toegestaan.
De Afdeling stelde vast dat het verbod op hoger beroep alleen doorbroken kan worden indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval was. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de schadevergoeding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.