ECLI:NL:RVS:2023:1755
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking van alle staatsraden in bestuursrechtelijke procedure afgewezen
Verzoeker heeft bij brief verzocht om wraking van alle staatsraden in de Afdeling bestuursrechtspraak en van de Afdeling als geheel, omdat een eerdere uitspraak van de Afdeling in een gerelateerd geschil volgens hem heeft bijgedragen aan een ongunstige tuchtrechtelijke procedure. Tevens klaagde verzoeker over de toewijzing van een uitstelverzoek door het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, wat volgens hem het belang van een redelijke termijn schond.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wraking alleen kan worden ingesteld tegen individuele rechters op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. Een wrakingsverzoek kan niet worden gericht tegen het gehele college als zodanig.
Omdat het verzoek van verzoeker zich richtte op alle staatsraden en het college als geheel, kwalificeert dit niet als een wrakingsverzoek in de zin van de wet. Bovendien kan de wrakingskamer een dergelijk verzoek zonder zitting buiten behandeling laten. Daarom wordt het verzoek van verzoeker niet in behandeling genomen en wordt het verzoek om wraking afgewezen.
De beslissing is genomen door voorzitter P.H.A. Knol en leden E.J. Daalder en J.H. van Breda, in aanwezigheid van griffier W.M. Boer, en uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2023.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van alle staatsraden en de Afdeling als geheel wordt buiten behandeling gelaten.