ECLI:NL:RVS:2023:1752
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over overplaatsing en onbevoegdheid hoger beroep vrijheidsbeperkende maatregel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 april 2022 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan de vreemdeling, die tevens door het COa is overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen. De vreemdeling heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 23 mei 2022 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de grieven tegen de overplaatsing geen aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank en bevestigt dit oordeel. Ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel is hoger beroep niet mogelijk volgens artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, tenzij sprake is van een oneerlijk proces, wat hier niet het geval is.
De Afdeling verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit gericht is tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank over de overplaatsing.