ECLI:NL:RVS:2023:1673
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De vreemdeling stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in en diende een schriftelijke uiteenzetting in. Vervolgens trok de staatssecretaris het hoger beroep in.
De vreemdeling verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die bij hem waren ontstaan door de behandeling van het hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris gehouden was deze kosten te vergoeden.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 837,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2023.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.