ECLI:NL:RVS:2023:163
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering omgevingsvergunning rolluik en invordering dwangsom Leiden
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden weigerde aan appellant een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een rolluik aan de voorgevel van zijn pand, omdat het rolluik in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand. Tevens werd een dwangsom opgelegd en ingevorderd wegens het niet verwijderen van een eerder geplaatst rolluik.
Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek af. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college zich ten onrechte op het bestemmingsplan had beroepen, omdat de aanduiding 'karakteristiek' niet op het perceel rust. Hierdoor moesten de besluiten over de omgevingsvergunningen worden vernietigd. Ook was het welstandsadvies niet zorgvuldig tot stand gekomen, waardoor het college dit niet had mogen volgen. De invordering van de dwangsom was rechtmatig, omdat appellant de last niet had nageleefd binnen de gestelde termijn en er geen sprake was van bijzondere omstandigheden of misbruik van bevoegdheid.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze op de beroepen tegen de besluiten van 16 maart 2021 was gedaan en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen op het bezwaar tegen de tweede aanvraag omgevingsvergunning. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De besluiten van 16 maart 2021 worden vernietigd en het college moet opnieuw beslissen op het bezwaar tegen de tweede aanvraag omgevingsvergunning.