ECLI:NL:RVS:2023:1498
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken terugkeerbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 mei 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 oktober 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij het afwijzen van de asielaanvraag ook een terugkeerbesluit had moeten nemen, ondanks dat de vreemdeling voorlopig uitstel van vertrek had gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Raad van State en het Hof van Justitie EU. Omdat dit niet was gebeurd, werd het besluit vernietigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 26 mei 2021, en beval de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een terugkeerbesluit.