ECLI:NL:RVS:2023:133
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet veroordelen proceskosten bij niet tijdig besluit vreemdelingenaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende uiteindelijk op 8 juni 2022 de vergunning, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep verder ongegrond, en wees een proceskostenveroordeling af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is omdat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet veroordeelde in de proceskosten die samenhangen met het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De Afdeling bevestigde het overige oordeel van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €837,00, gerelateerd aan het beroep en hoger beroep.
De Afdeling baseerde zich op eerdere jurisprudentie en het geldende recht, waaronder het beginsel van effectieve rechtsbescherming en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel. De zaak werd als licht aangemerkt en een wegingsfactor toegepast bij het berekenen van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens niet tijdig besluit op de verblijfsvergunningaanvraag.