ECLI:NL:RVS:2023:1266
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.J.M. Baldinger
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen afwijzing vergunning speelautomatenhal in Heerlen
De burgemeester van Heerlen wees op 4 december 2020 de aanvraag van Fair Play Centers B.V. (FPC) voor een exploitatievergunning van een speelautomatenhal af, omdat het maximum van vier vergunningen al was bereikt. Deze vergunningen werden verdeeld via loting en een inhoudelijke toets. RTTG kreeg een vergunning toegewezen, FPC niet.
FPC maakte bezwaar tegen zowel de afwijzing van haar aanvraag als de vergunningverlening aan RTTG. De burgemeester verklaarde het bezwaar van FPC tegen haar eigen afwijzing niet-ontvankelijk, omdat het vergunningenplafond was bereikt. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarmee de afwijzing van FPC terecht was.
FPC, de burgemeester en RTTG gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunning aan RTTG inmiddels in rechte onaantastbaar is, waarmee het plafond van vier vergunningen is bereikt. Hierdoor heeft FPC geen belang meer bij haar hoger beroep en RTTG geen belang bij haar incidenteel hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het bezwaar van FPC ten tijde van het besluit nog ontvankelijk was omdat het besluit op het bezwaar tegen de vergunning aan RTTG nog niet onaantastbaar was. De rechtbank heeft dit juist beoordeeld door het bezwaar ongegrond te verklaren in plaats van niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van FPC en het incidenteel hoger beroep van RTTG werden niet-ontvankelijk verklaard, het incidenteel hoger beroep van de burgemeester werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van FPC en het incidenteel hoger beroep van RTTG zijn niet-ontvankelijk verklaard, het incidenteel hoger beroep van de burgemeester ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.