ECLI:NL:RVS:2023:1130
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging VIHB-registratie wegens niet voldoen aan betrouwbaarheidseis na strafrechtelijke veroordeling
Appellante beschikte over een VIHB-registratie, verplicht voor bedrijven die zich bezighouden met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke stoffen. De NIWO beëindigde deze registratie op 6 maart 2020, omdat appellante niet langer voldeed aan de betrouwbaarheidseis uit de Regeling inzamelaars, vervoerders, handelaars en bemiddelaars van afvalstoffen. Dit volgde op een strafrechtelijke veroordeling van appellante en de afwijzing van haar aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag Rechtspersonen (VOG RP) door de minister.
Appellante voerde aan dat de NIWO ten onrechte tussentijds om een nieuwe VOG RP had gevraagd en dat zij al over een geldige VOG RP beschikte. De Afdeling oordeelde dat de Regeling tussentijdse beoordeling van betrouwbaarheid toestaat indien daartoe aanleiding bestaat, zoals hier de strafrechtelijke veroordeling. Tevens moest de VOG RP maximaal drie maanden oud zijn, wat appellante niet had overlegd.
Verder stelde appellante dat de NIWO het bezwaar tegen de afwijzing van haar VOG RP-aanvraag had moeten betrekken en haar had moeten horen. De Afdeling oordeelde dat de NIWO niet verplicht was te horen omdat het bezwaar bij de minister lag en dat zij het ministeriële besluit had afgewacht. Het beroep werd ongegrond verklaard. Over de gevorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zal in een aparte uitspraak worden beslist.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de beëindiging van haar VIHB-registratie wordt ongegrond verklaard.