ECLI:NL:RVS:2022:948
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning garnalenvisserij wegens ondeugdelijke motivering cumulatieve effecten Westerschelde
De zaak betreft een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor garnalenvisserij in diverse Natura 2000-gebieden, waaronder de Westerschelde. Natuurmonumenten maakte bezwaar tegen de vergunningverlening vanwege onvoldoende beoordeling van cumulatieve effecten van Nederlandse en Belgische garnalenvisserij. Na eerdere procedures en een tussenuitspraak waarin de minister werd opgedragen het besluit te herstellen, handhaafde de minister de vergunning bij besluit van 12 maart 2021.
Natuurmonumenten voerde aan dat zij niet opnieuw is gehoord over nieuwe feiten, waaronder een addendum uit 2018 over cumulatieve effecten, en dat de minister de vergunning onterecht handhaafde. De Afdeling oordeelde dat de minister ten onrechte geen nieuwe hoorzitting heeft gehouden en onvoldoende heeft gemotiveerd dat de cumulatieve effecten niet significant zijn. Daarbij is onder meer niet ingegaan op de onderschatting van Belgische visuren, bodemberoering, effecten op invasieve soorten, bijvangst van finten en gevolgen voor beschermde vogels.
De Afdeling vernietigt het besluit van 12 maart 2021 wegens strijd met het hoor- en motiveringsbeginsel en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Natuurmonumenten.
Uitkomst: Het besluit van 12 maart 2021 tot handhaving van de vergunning garnalenvisserij in de Westerschelde wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en schending van het hoor- en motiveringsbeginsel.