Uitspraak
Datum uitspraak: 11 november 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De zaak betreft een vergunning voor garnalenvisserij in verschillende Natura 2000-gebieden, verleend op grond van de Wet natuurbescherming. Natuurmonumenten maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke negatieve effecten op beschermde vogelsoorten en habitattypen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar Natuurmonumenten ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of de passende beoordeling voldoende onderbouwd is en of de vergunning voldoet aan de wettelijke vereisten. De Afdeling concludeerde dat de passende beoordeling geen gebiedsspecifieke analyse had gemist en dat de visserijdruk en bodemberoering adequaat waren beoordeeld. Wel werd geoordeeld dat de motivering van het besluit van 8 juni 2018 ondeugdelijk is vanwege het ontbreken van een cumulatietoets voor de Nederlandse garnalenvisserij naast de Belgische visserij.
De Afdeling oordeelde dat toepassing van artikel 6:22 Awb Pro onterecht was en dat het besluit vernietigd moet worden. De minister werd opgedragen het besluit binnen acht weken te herstellen door een deugdelijke motivering of een nieuw besluit te nemen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige motivering bij vergunningverlening binnen beschermde natuurgebieden.
Uitkomst: Het besluit van 8 juni 2018 is ondeugdelijk gemotiveerd en moet binnen acht weken worden hersteld of vervangen.