ECLI:NL:RVS:2022:87
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel aanvragen door vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 oktober 2021 de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag over verblijf in een veilig derde land, die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij het lid van de kamer de uitspraak niet ondertekende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van hun verblijfsvergunningaanvragen wordt bevestigd.