Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , eiser
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers, Oekraïense nationaliteit houdend, vroegen op 26 december 2023 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie verklaarde hun aanvragen niet-ontvankelijk omdat Moldavië als veilig derde land werd beschouwd. Eisers voerden aan dat Moldavië niet op een lijst van veilige landen staat, dat Transnistrië niet werd meegenomen in de beoordeling en dat er onzekerheid bestaat over de tijdelijke beschermingsregeling voor Oekraïners in Moldavië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht is Moldavië op een lijst van veilige landen te plaatsen en dat de beoordeling van Moldavië als veilig derde land op individuele omstandigheden is gebaseerd, zoals het verblijf van eisers in Moldavië, de Moldavische nationaliteit van de echtgenote en de mogelijkheid tot gezinshereniging. De rechtbank vond de bezwaren over Transnistrië en de toekomstige onzekerheid onvoldoende onderbouwd.
Ook de stelling van eisers dat zij problemen ondervinden vanwege hun nationaliteit en afkomst werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeerde dat eisers in Moldavië in overeenstemming met internationale normen worden behandeld en dat de asielaanvragen terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat Moldavië als veilig derde land geldt, waardoor de asielaanvragen niet-ontvankelijk zijn.