ECLI:NL:RVS:2022:809
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 november 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde een terugkeerbesluit op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 januari 2022 het terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigde. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij niet zou worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verzoek gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00 voor de rechtsbijstand van de vreemdeling.
Deze uitspraak volgt de lijn van eerdere jurisprudentie en waarborgt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen, maar de griffier bevestigde de uitspraak op 21 maart 2022.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.