ECLI:NL:RVS:2022:808
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering verblijfsvergunning asiel en uitstel van uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 juli 2021 het besluit vernietigde voor zover het ging om de ambtshalve beoordeling van uitstel van vertrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep.
De staatssecretaris verleende vervolgens op 8 december 2021 uitstel van uitzetting. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij het beroep tegen het nieuwe besluit. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.