ECLI:NL:RVS:2022:79
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen erfafscheiding met schuifhek in Moerdijk
Appellant woont op een perceel dat alleen bereikbaar is via een weg over het naastgelegen perceel waarop een erfafscheiding met schuifhek is geplaatst. Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk verleende aan de eigenaar van dat perceel een omgevingsvergunning voor de erfafscheiding. Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen die vergunning, maar verzocht later om handhaving omdat de erfafscheiding in combinatie met een betonnen muur de veiligheid en bereikbaarheid van zijn woning zou belemmeren.
Het college wees het handhavingsverzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de vergunning onherroepelijk is en appellant bewust niet tegen het besluit was opgekomen. De rechtbank oordeelde dat het college geen bevoegdheid heeft om tegen de erfafscheiding op te treden en dat er geen sprake is van evidente onrechtmatigheid.
In hoger beroep betoogde appellant dat de toegangsweg niet meer voldoet aan de eisen van artikel 6.37 van het Bouwbesluit 2012, waardoor hulpdiensten zijn woning niet kunnen bereiken. Het college stelde dat de vergunning aan alle eisen voldoet en dat hulpdiensten geen problemen ondervinden. De Afdeling overwoog dat artikel 6.37 Bouwbesluit alleen ziet op de woning van de vergunninghouder, niet op die van appellant, zodat het college geen handhavingsbevoegdheid heeft.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.