ECLI:NL:RVS:2022:773
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing inpassingsplan en herstelmaatregelen Natura 2000-gebied Langstraat
Het geschil betreft het inpassingsplan Westelijke Langstraat, het projectplan Waterwet, het peilbesluit en de Wet natuurbescherming (Wnb) ontheffing, die samen gericht zijn op natuurherstel in het Natura 2000-gebied Langstraat in Noord-Brabant. Diverse appellanten, waaronder agrariërs en bewoners, hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten vanwege vermeende onrechtmatigheden en nadelige gevolgen voor hun belangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelt onder meer de voorbereiding van de besluiten, de motivering van nut en noodzaak van de herstelmaatregelen, de toepassing van passende beoordelingen onder de Wnb, de rechtszekerheid van planregels, de gevolgen voor agrarische bedrijfsvoering, overlast van muggen en knutten, en de schaderegeling via het schadeloket. De Afdeling concludeert dat de besluiten gecoördineerd zijn voorbereid conform de Wet ruimtelijke ordening en dat het niet gelijktijdig ter inzage leggen van ontwerpbesluiten niet onrechtmatig is.
De herstelmaatregelen zijn voldoende onderbouwd met het beheerplan, PAS-analyse, MER, inrichtingsplan en peilenplan, ondanks het onrechtmatig verklaren van het PAS. De Afdeling stelt dat passende beoordeling niet vereist is omdat het plan noodzakelijk is voor beheer van het Natura 2000-gebied. De planregels zijn niet in strijd met rechtszekerheid, en de agrarische bedrijfsvoering wordt niet onredelijk beperkt. Overlast van stekende insecten is onderzocht en voorzien van mitigerende maatregelen en monitoring. De schaderegeling is adequaat geregeld via het schadeloket en de Waterwet. De individuele beroepsgronden van appellanten worden inhoudelijk gemotiveerd afgewezen, waarbij de Afdeling het belang van natuurherstel zwaarder weegt dan de nadelige gevolgen voor bedrijfsvoering en gebruik.
De Afdeling bevestigt dat de besluiten in overeenstemming zijn met het recht en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt, waarbij de wettelijke schaderegelingen en onteigeningsmogelijkheden waarborgen bieden voor betrokkenen.
Uitkomst: Het beroep tegen het inpassingsplan en de bijbehorende besluiten wordt ongegrond verklaard; de besluiten zijn rechtmatig vastgesteld.