ECLI:NL:RVS:2022:737
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 3 februari 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep bevatte geen nieuwe rechtsvragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, aangezien de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een eerdere uitspraak over het weigeren van een coronatest.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid C.M. Wissels.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.