ECLI:NL:RVS:2022:714
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 30 september 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit bij uitspraak van 22 november 2021. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtsvraag was reeds beantwoord in eerdere uitspraken, waaronder die van 26 januari 2022 en het arrest van het Europese Hof van Justitie van 10 juni 2021.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak, vertegenwoordigd door mr. J.J.W.P. van Gastel.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.