ECLI:NL:RVS:2022:578
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van opname percelen als bergingsgebied op legger ondanks afwijkende bestemmingsplanbestemming
Het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel stelde op 26 november 2019 de legger waterberging 2019 vast, waarin delen van percelen van appellant als natuurlijk overstromingsgebied werden opgenomen. Appellant, eigenaar van een melkveebedrijf met agrarische bestemming in het bestemmingsplan, betwistte deze opname omdat de percelen niet voor waterstaatkundige doeleinden waren bestemd.
De rechtbank oordeelde dat een gebied pas een bergingsgebied is als het zowel in het bestemmingsplan als op de legger als zodanig is bestemd, maar erkende dat de Waterwet niet voorschrijft dat eerst het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Appellant voerde aan dat de Waterwet opname zonder bestemmingsplanbestemming uitsluit en dat eerdere standpunten van het waterschap dit bevestigen.
Het dagelijks bestuur stelde dat sinds de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant instructieregels en kaartmateriaal bestaan die gemeenten verplichten bestemmingsplannen aan te passen, maar dat het ontbreken van aanpassing in Goirle een hiaat veroorzaakte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat opname op de legger voorafgaand aan bestemmingsplanwijziging is toegestaan en dat zolang de bestemmingsplanbestemming ontbreekt, geen duldplicht of handhaving op grond van de Waterwet en Keur geldt.
Appellant kan zijn inhoudelijke bezwaren tegen de bestemmingsplanbestemming nog in die procedure naar voren brengen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.