ECLI:NL:RVS:2022:522
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 20 april 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 14 oktober 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure liet de staatssecretaris weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland had verlaten en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem had. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen, op 17 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.