ECLI:NL:RVS:2022:492
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- P.H.A. Knol
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving erfafscheiding zonder omgevingsvergunning in Noordwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk legde aan appellante een last onder dwangsom op om delen van een erfafscheiding te verlagen omdat deze zonder omgevingsvergunning was gebouwd en hoger was dan toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de erfafscheiding en de penanten hoger zijn dan de toegestane 1 meter en dat een omgevingsvergunning vereist was. Het college was bevoegd tot handhaving. Echter, de Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende zorgvuldig had gemotiveerd of en welk deel van de muur nabij de voordeur zich achter de voorgevelrooilijn bevond, wat relevant is voor vergunningvrij bouwen tot 2 meter hoogte.
Het deskundigenrapport van STAB bevestigde de hoogte van de bouwwerken, en de Afdeling verwierp de bezwaren van appellante tegen de metingen. Ook werd geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving zouden uitsluiten, en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden.
De Afdeling vernietigde het besluit van 7 juli 2020 voor zover het de last betreft die ziet op het deel van de erfafscheiding direct grenzend aan de uitbouw, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het college is vernietigd voor het deel van de erfafscheiding direct grenzend aan de uitbouw.