ECLI:NL:RVS:2022:448
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 november 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 januari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak is gedaan op 11 februari 2022 en is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter heeft hiermee een belangrijke tijdelijke bescherming geboden aan de vreemdeling in afwachting van de definitieve uitspraak in hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.