ECLI:NL:RVS:2022:3989
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking omgevingsvergunning bouw rundveestal in Baarle-Nassau
Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau heeft het verzoek van appellant om de omgevingsvergunning voor de bouw van een rundveestal op een perceel in Baarle-Nassau in te trekken, afgewezen. Appellant, die tegenover het perceel woont, stelde hinder te ondervinden en vroeg om intrekking van de vergunning uit 2013. Het college vond dat de vergunninghouder aannemelijk had gemaakt dat op korte termijn gebruik zou worden gemaakt van de vergunning en woog diens belang zwaarder dan dat van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte geen intrekking had bevolen, onder meer omdat de bouw vertraagd was en onzeker was of deze zou worden voltooid. De Raad van State oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij de afweging en dat het aannemelijk was dat de bouw werd voortgezet, ondanks vertragingen door onder andere de covid-pandemie en materiaaltekorten.
De Raad van State bevestigde dat appellant zijn belangen onvoldoende had geconcretiseerd en dat het college terecht het belang van de vergunninghouder zwaarder had laten wegen. Ook het tweede verzoek tot intrekking werd afgewezen. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de bouw van de rundveestal.