ECLI:NL:RVS:2022:3965
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 juli 2021 aanvragen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank verklaarde deze besluiten gegrond en vernietigde ze wegens motiveringsgebrek, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer niet altijd afgerond hoeft te zijn voordat een asielaanvraag wordt afgewezen, maar oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het onderzoek nog niet was afgerond. Tevens stelde de Raad vast dat de staatssecretaris ten onrechte niet ambtshalve had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro, terwijl de vreemdelingen hier expliciet een beroep op deden.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris terecht geen verblijfsvergunning krachtens artikel 3.6ba Vb 2000 verleende vanwege de schrijnende situatie, omdat er nog reguliere verblijfsprocedures openstonden. Tot slot vernietigde de Raad de besluiten van 26 januari 2022 omdat de staatssecretaris onterecht uitstel van vertrek had verleend zonder een terugkeerbesluit te nemen. De staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De besluiten van 26 januari 2022 worden vernietigd en de staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen.