ECLI:NL:RVS:2022:3945
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- M. Soffers
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende zorg- en opvoedingstaken
De vreemdeling uit Brazilië verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 20 VWEU Pro, afgeleid van haar Nederlandse kinderen. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verricht en dat de kinderen zonder haar zouden moeten vertrekken uit Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zijn besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat de omgangsregeling werd nageleefd en dat zij een betrokken moeder is met een belangrijke emotionele band met haar kinderen. Hierdoor vernietigde de rechtbank het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en klaagde over een onjuiste toets door de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de omgangsregeling wordt nageleefd, maar dat zij ten onrechte had verzuimd te beoordelen dat het zwaartepunt van de zorg bij de vader ligt en dat de vreemdeling onvoldoende heeft aangetoond dat de kinderen zonder haar niet in Nederland kunnen blijven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.