ECLI:NL:RVS:2022:3863
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving mestsilo wegens strijdig gebruik met bestemmingsplan Smallingerland
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland legde aan appellant een preventieve last onder dwangsom op om de mestsilo op zijn perceel leeg te houden en niet te gebruiken voor mestopslag, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Noorderhogeweg Drachten". Appellant voerde aan dat de opslag van mest niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat de mestsilo ononderbroken in gebruik was gebleven, waardoor overgangsrecht van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de mestsilo sinds de levering van het perceel aan appellant in juli 2016 niet meer in gebruik was geweest, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing was. De Raad van State onderschrijft deze beoordeling en stelt vast dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik na de peildatum ononderbroken is voortgezet.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van handhaving af te zien. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De proceskosten worden niet aan het college toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het bestemmingsplan bevestigd.