ECLI:NL:RVS:2022:3840

Raad van State

Datum uitspraak
19 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
202207047/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat de voorgenomen beëindiging van de opvang van de vreemdeling op 19 december 2022 niet door zal gaan. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan rechtsbijstand door een derde.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier J. van de Kolk. De voorzieningenrechter gaf aan dat op een later moment uitspraak zal volgen over het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van de opvang van de vreemdeling op 19 december 2022 blijft achterwege.

Uitspraak

202207047/2/V3.
Datum uitspraak: 19 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 november 2022 in zaak nr. NL22.10875 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 11 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter, voor zover nu van belang, verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 19 december 2022 achterwege blijft. Omdat het hoger beroep nader onderzoek vergt, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Daarna zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 19 december 2022 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
347-1020